Voertuigcontrole

Aangezien motorfietsen geen verplichte a.p.k. hebben is het van belang dat je als motorrijder weet wanneer je motorfiets toe is aan een beurt. Of je dit zelf wil doen of laten doen bij de motorzaak is natuurlijk je eigen keuze. Mocht je het zelf willen doen maar ben je niet zeker van je eigen sleutelkunsten dan kan je bij De Motorschool een cursus volgen om dit te leren.

Bij het laatste examen zal de examinator voor aanvang van het examen een aantal vragen stellen over de techniek van een motorfiets. Wat je moet weten staat hieronder per onderdeel uitgelegd.

Banden

profiel

Straatbanden hebben profiel om vuil en water af te voeren en zo voldoende grip te creëren ook in de regen of op vuile weggedeelten. De minimale profieldiepte is 1 mm. Het profiel op een band heeft een bepaalde richting, dus de band mag niet omgedraaid worden.

algemeen

Is deze nog een beetje rond (geen vlakke plekken) geen uitdroging of spijkers / steentjes in de band. De scheuren die ontstaan door uitdroging bij een oude band, zie je op de zijkant van de band. Zogenaamd de wang van de band.

BAndenspanning

Als de band te weinig spanning heeft gaat dit ten koste van de wegligging en het brandstofverbruik. Controleer regelmatig de spanning, zeker als de temperatuur erg is veranderd (als koude lucht warm wordt zet het en andersom).

ventieldopje

Dit zorgt ervoor dat er geen vuil in het ventiel kan komen. Zonder dit dopje loopt de band niet meteen leeg, maar als er vuil in het ventiel komt, kan dit bij hoge snelheden wel gebeuren. De centrifugaalkracht duwt het vuil in het ventiel waardoor de band leeg kan lopen.

Remmen

remschijven

Kijk hierbij naar gelijkmatige slijtage (geen diepe groeven of bobbels) en of de schijven niet te dun worden. Dit kan je merken aan een opstaand randje waar de remblokken niet raken. Remschijven gaan met onderhoud lang mee en hoeven niet vaak vervangen te worden.

remblokken

Deze slijten harder en moet je derhalve goed in de gaten houden. (remblokken die op zijn, zorgen voor slechte remming en slijtage aan de schijven). De remblokken kan je visueel inspecteren door langs de remschijf naar de blokken te kijken. (koperkleurige dingen op de foto) Tussen de schijf en het koperkleurige gedeelte moet nog genoeg (aanbevolen 1mm) “remvoering” aanwezig zijn. Als je remvloeistof-niveau langzamerhand daalt en er is geen sprake van lekkage is dit een indicatie dat de remblokken op raken.

remvloeistof

Uiteraard moet er voldoende remvloeistof aanwezig zijn. Mocht dit door een kleine lekkage minder worden, kan het worden bijgevuld. Het bepalen of er nog genoeg remvloeistof aanwezig is doe je als de motor rechtop staat. De linker foto toont het reservoir van de achterrem, de rechter foto van de voorrem. Remvloeistof dient minimaal één keer per twee jaar vervangen te worden. Remvloeistof is namelijk hydrofiel, dat wil zeggen dat het zich bindt aan water. Als er in verloop van tijd water bij de remvloeistof komt zal de rem “zompig” worden. Door het water wordt de vloeistof samendrukbaar wat ten koste gaat van de remdruk.

Aandrijving

De meeste motorfietsen maken gebruik van een ketting voor de eindaandrijving. Andere opties zijn een cardanas of getande riem. Het voordeel aan een ketting is dat het licht is en sterk. Het grote nadeel is dat het veel onderhoud behoeft.

Keting

De ketting moet regelmatig worden gesmeerd, afhankelijk van hoe veel je rijdt en de weersomstandigheden (na rijden in de regen moet er vaker worden gesmeerd). – De tandwielen slijten en dus moet de speling in de gaten worden gehouden. Er hoort altijd een bepaalde hoeveelheid speling op de ketting te zitten zodat als de motor inveert de ketting niet strak komt te staan. Hoeveel speling hangt af van het soort motor en vind je in het instructieboekje. Als de speling te groot wordt kan je het achterwiel met stelschroeven iets naar achteren verplaatsen om zo de juiste kettingspanning te krijgen.

Op een gegeven moment is de ketting zo ver uitgerekt dat deze niet meer goed te stellen is, of de tandwielen zijn al eerder versleten en dan moeten deze vervangen worden. Het is verstandig om zowel de ketting als de tandwielen gelijktijdig te vervangen. Tandwielen die versleten zijn krijgen afgeschuinde tanden (zogenaamde haaientanden).

Accu

Je accu is natuurlijk van belang omdat het aanduwen van een motorfiets niet gemakkelijk is! Een accu behoeft niet veel onderhoud. Het is belangrijk dat je weet dat deze niet voor eeuwig mee gaat. Na verloop van tijd wordt de accu zwak en moet vervangen worden. Als je de motor langere tijd niet gebruikt is het verstandig om de accu-polen los te koppelen en als je weer wil gaan rijden de accu aan een druppellader te hangen.

Hiernaast zie je een accu. Bij het min-teken is de massa (denk aan de aarde pool in huis) en bij het plus-teken (rode kapje) de voeding. Bij oudere of slecht onderhouden accu’s kan er corrosie optreden (elektriciteit bevorderd corrosie). Dit is zichtbaar als witte aanslag (bloemkolen) rond de accu. In dat geval kan je het beste de accu vervangen of op z’n minst de aanslag weg poetsen.
Boven de accu is de zekeringskast zichtbaar. Zekeringen zijn, net zoals stoppen in je meterkast, bedoeld om eventuele piekspanningen te stoppen. De zekering gaat kapot maar je kostbare electronische delen niet. Per zekering staat aangegeven welk circuit het beveiligt. Heb je problemen met de motorfiets dan is het handig om te controleren of deze zekeringen nog goed zijn (en reserve bij je te hebben!!).

Vering

algemeen

De vering van een motorfiets is bedoeld om goed contact te houden met de weg en uiteraard voor rijcomfort. Sportieve motorfietsen zijn harder afgeveerd dan toermodellen. De vering bestaat altijd uit een combinatie van vering en demping. De veer zorgt voor de veer-karakteristiek en de demping dempt de veerbeweging. Zowel bij het inveren als bij het uitveren.

voorvork

Bij de voorvork is de veer niet te zien, deze zit in het dikke gedeelte. Bij de voorvork is het vooral belangrijk om te letten op eventuele lekkage bij de voorvork keerring. Bij de rechter foto zie je het chrome gedeelte van de poot. Deze glijdt bij inveren langs het rubberen gedeelte dat je bovenop het dikke stuk van de vorkpoot ziet. Dit is het stofkapje met daaronder de keerring. De keerring zorgt ervoor dat die beweging gemaakt kan worden zonder dat de olie, die voor de demping zorgt, er uit lekt. Als deze keerring niet meer goed is door uitdroging of putjes in de chroomlaag (vandaar de beschermkapjes) kan deze gaan lekken. Dat zie je aan vettige kringen die achter blijven op die chroomlaag na een rit.

achterveer

De achterveer kan je strakker of losser zetten. Dit doe je met bijgeleverd gereedschap (zie links). Je zet de veer strakker als je de motor zwaar belaadt of lichter als je zelf weinig weegt.

Olie

Motorolie zorgt voor de smering van alle bewegende delen in het motorblok. Daarnaast helpt het de warmte in het motorblok verspreiden. De olie die in het motorblok gaat is afhankelijk van het type motorfiets. Welke olie je nodig hebt vind je in het instructieboekje van jouw motor. Het is van belang dat je speciale motorfiets olie koopt. Door de opzet van een motorfiets (zowel de versnellingsbak als de koppeling draaien in dezelfde olie) is het belangrijk om de juiste olie te gebruiken en niet zomaar wat.

Je controleert regelmatig of er nog voldoende olie aanwezig is (de motor kan ook olie verbruiken, zeker oudere motorfietsen verbruiken best veel olie). Dit doe je met de pijlstok of met behulp van een kijkglaasje (zie links). Uiteraard doe je dit terwijl de motor rechtop staat en de motor even stil heeft gestaan (deze moet wel eerst gelopen hebben).

oliepeil

Als het oliepeil te laag is, kan de olie worden bijgevuld bij de (zwarte) vuldop.

Bij elke beurt (zie instructieboekje) moet alle olie en ook het oliefilter worden vervangen.

Koeling

Aangezien ongeveer 75% van de energie die in brandstof zit, wordt omgezet naar warmte, hebben motorfietsen koeling nodig. De eenvoudigste manier van koelen is door middel van de rijwind zonder hulpmiddelen. Dit heet een luchtgekoelde motorfiets.

Andere motoren maken naast gebruik van de normale luchtkoeling gebruik van een radiateur om de olie extra te koelen. Dit type motor heet oliegekoeld.

Steeds vaker (nu de standaard) zie je motorfietsen die via een radiateur gebruik maken van koelvloeistof om het motorblok te koelen.

Op de foto zie je de radiateur en het expansievat (het witte plastic bakje links). Het niveau van de koelvoeistof moet altijd worden gemeten bij een koude motor.

Let er op dat je de koelvloeistof altijd meet en bijvult met een koude motor, er komt bij een warme motor namelijk druk te staan op het systeem en dat zorgt voor vervelende littekens als je de vuldop opendraait.